Berichten

‘Zeurende’ ouders

Ik ken het nog van de tijd dat ik leerling Z-verpleegkundige was.
Op zondagochtend had je enorm je best gedaan om de kinderen van je leefgroep te douchen (toen was dat nog heel normaal) en keurig aan te kleden. Even later kwamen dan de eerste ouders om hun kind voor die dag mee naar huis te nemen. Het merendeel van de ouders was natuurlijk dolgelukkig hun kroost te zien maar een enkeling had altijd iets te zeuren over dat de kleding niet netjes was gestreken of de haren niet goed gekamd.
En inderdaad dat werd toch vooral als zeuren ervaren.
Nu, vele jaren later, kan ik daar anders naar kijken.
Ik was net als mijn collega’s ergens begin twintig terwijl die ‘zeurende’ ouders een stuk ouder waren. Onze norm hoe je kind er op zondag uit hoort te zien verschilde bij ons dan ook totaal in vergelijking met die van de ouders. Hoe eenvoudig zou het geweest zijn om wat meer op te schuiven in de richting wat die ouder graag wilde zien.

Ik zie dergelijke patronen ook nu weer voorbij komen in mijn rol als innovator van zorg 2.0 concepten. Als voorbeeld neem ik een kindercentrum binnen een instelling voor Verstandelijk Gehandicaptenzorg. De begeleiders werken elke dag weer keihard om zo goed mogelijke zorg te kunnen bieden aan de kinderen die het centrum bezoeken. Dagelijks rapporteren zij over hun bevindingen en voorgang. Als ze dat gedaan hebben moeten ze ook nog snel in de schriftjes voor de ouders schrijven wat er die dag zoal heeft afgespeeld.
Het zijn de schriftjes die dagelijks heen en weer pendelen tussen huis en kindercentrum. Het schrijven van de schriftjes is vaak een sluitpost en door de tijdsdruk wordt het meestal als lastig ervaren. De ‘zeurende’ ouder komt daarmee opnieuw, geheel onterecht, in beeld.

Wie hebben er meer recht op een adequate informatie-uitwisseling dan ouders die vaak na een jarenlange worsteling hebben moeten besluiten hun kind voor enkele dagdelen per week naar een kindercentrum te brengen.

Ik moedig zorgaanbieders dan ook aan de informatie die ze vastleggen over dun cliënten te delen met de betrokkenen. De volgende stap is om de betrokkenen, cliënt en diens netwerk, de mogelijkheid te bieden om zelf vast te laten leggen waar ze mee bezig zijn en wat de voortgang is. De voortgangsrapportage is dan niet langer het domein van de professional maar een gedeelde bron van informatie. U maakt daarmee de cliënt daadwerkelijk lid van het behandelteam. Ik voorspel dat daarmee het commitment in begeleiding/behandeling gaat groeien en dat professionals informatie krijgen die nu voor hen onbereikbaar is. Zeurende ouders worden daardoor ook lid van het behandelteam en leveren een aandeel in de behandeling en begeleiding van hun kind.

Gun hen de plaats die ze verdienen.